Als ervaringsdeskundige – en wie is dat niet op enig gebied -, op het gebied van ‘anders denken’, ken ik inmiddels heel wat valkuilen. Van mezelf, maar zeker ook waar het mijn twee kinderen – van 6 en 4 jaar die beiden ook ‘anders denken’ -, betreft. We leven in een MATRIX van gebruiken, regels, standaarden, sjablonen en gemiddelden. Wanneer je goed bent in het je schikken naar dingen die je liever niet wilt, is loop je niet zo snel tegen problemen aan. Dat is anders wanneer je daar wat meer moeite mee hebt. Natuurlijk is het zo dat ook wanneer je je wel als kameleon kunt gedragen, er maar weinig mensen zijn die daar echt gelukkig van worden. Kijk maar eens om je heen zou ik zeggen. Wel is het zo dat je – gezien vanuit de MATRIX standaard -, niet zo snel in de problemen zult komen als iemand die – net als jij -, ergens anders over denkt, maar er niet zo best aan kan gaan staan deze innerlijke overtuiging, aan de kant te zetten en zich aan te passen.
Eigenlijk is dat raar, omdat wanneer je uitgaat van sjablonen en gemiddelden, er vrijwel niemand is die in het ideale plaatje past. Toch is dat ideale plaatje wel waarop de nadruk wordt gelegd bij zo’n beetje alles wat des MATRIX’ is en dus feitelijk bij alles wat we ‘weten’. Aanpassen houdt in veel gevallen echter ook in dat je je aansluit bij de meerderheid. Wanneer je dat niet doet, wijk je immers af, komt het waardeoordeel om de hoek en is de kans op afwijzing in veel gevallen onvermijdelijk. In het ideale plaatje is echter geen ruimte opgenomen voor afwijking. Daarvoor is immers het compromis bedacht. Waarbij je net zo lang water bij de wijn doet, totdat er niemand meer krijgt waarom hij vroeg. Een ‘oplossing’ die alleen stand kan houden in een compleet disfunctioneel systeem als de MATRIX. Als de één links wil en de ander rechts, wat is daarmee dan het probleem. Wat is het dat het maakt dat – vanuit de MATRIX standaard gezien -, samen rechtdoor gaan, een betere oplossing zou zijn. Waarom? Niemand krijgt wat hij wil, niemand wordt gelukkig. Dus nogmaals, waarom?
Het antwoord hierop is even ‘schokkend’ als simpel. Bij de totstandkoming van het compromis is een derde partij betrokken. Dat wat mensen ‘het algemeen belang’ noemen, maar wat feitelijk een ander gezicht van de MATRIX is. Dit algemeen belang is namelijk niet jouw en mijn belang, maar het belang van hen die – doordat wij dat toelaten -, de dienst uit maken. In het genoemde voorbeeld kun je er van uitgaan dat ‘zij die de dienst uit maken’, er belang bij hadden dat er rechtdoor werd gegaan. De MATRIX is bij alle afspraken, compromissen, et cetera een partij, behalve wanneer het aankomt op afspraken van mens tot mens. Wanneer partij A links wil en partij B rechts en ‘het algemeen belang’ er iets mee te maken heeft, is de uitkomst afhankelijk van dat wat ‘voor de MATRIX’ gunstig is. Sturende mechanismes zorgen er overigens vaak al voor dat compromissen een bepaalde richting uit gaan, maar dat terzijde.
Al Jantje en Pietje aan het wandelen zijn en ze komen op een punt dat het pad zich splitst is de kans groot dat ze overleggen welk pad ze nemen. Jantje wil links, Pietje wil rechts en er loopt ook nog een pad rechtdoor. De kans dat de uitkomst in dit geval is, dat Jantje en Pietje rechtdoor gaan, is niet al te groot. De kans is groot dat de één zich aanpast op de ander of dat ieder zijn eigen pad kiest.
In mij optiek is het de laatste optie die de voorkeur geniet. Wanneer Jantje zich aanpast aan Pietje, of omgekeerd, is er altijd één van hen die iets anders doet dan wat zijn wil hem ingeeft. Wanneer ze beiden hun eigen pad verkiezen hebben ze alle twee wat ze willen. Waarom gaat het dan toch niet altijd zo? Oké, Jantje vindt dat links ‘beter’ is, maar waarom wil hij daar Pietje van overtuigen? En Pietje vindt rechts duidelijk de ‘betere optie’, maar waarom probeert daar vervolgens ook Jantje van te overtuigen?
Misschien dat zowel Jantje als Pietje denkt: ‘het is samen uit samen thuis’. Van wie ze deze wijsheid geleerd hebben weten ze beiden al lang niet meer en bedenken dat het wellicht ook anders kan, kost moeite, is niet standaard of komt bijvoorbeeld gewoon niet in hen op. Ze zoeken niet naar een oplossing, nee ze proberen uit te vechten wie er gelijk heeft. Wanneer ze echter wel een oplossing hadden gezocht, waren ze misschien wel tot de conclusie gekomen dat ze elkaar ook vrij zouden kunnen laten. Zonder verwijt, zonder waardeoordeel, zonder rancune. Maar gewoon omdat Jantje – uit liefde -, Pietje zijn geluk en eigen pad gunt en omgekeerd. Wellicht waren ze wel op het idee gekomen dat de afwijzing om links of rechts te gaan, helemaal niets met hunzelf te maken heeft, maar juist alleen met de voorkeur van de ander. Als één van de twee zich afgewezen zou voelen, zo dat alleen zijn gebaseerd op zijn kaders en geen enkele voet hebben in de realiteit.
Als ze niet waren uitgegaan van het principe ‘aanpassen of afgewezen worden’, hadden ze op de kaart kunnen zien dat de twee paden na drie kilometer weer bij elkaar komen en hadden ze zich waarschijnlijk gerealiseerd dat ze in het pannenkoekenhuis wat bij die kruising staat, hun ervaringen hadden kunnen uitwisselen over wat er links en rechts allemaal te zien is.
Als je dat verhaal doortrekt naar het grote geheel vraag ik me echt af waarom we er zo vaak voor kiezen om ‘rechtdoor’ te gaan? En we niet een ieder zijn of haar keuzes zelf laten bepalen, ook wanneer hun keuzes niet de jouwe zijn. Waarom hebben we die drang om elkaar van ons gelijk te overtuigen? Wat voor jou goed is hoeft dat voor een ander niet te zijn. Waarom blijven we dat hele ‘aanpassen of afgewezen worden’, zo hoog houden en waarom ontmoeten we elkaar zo weinig bij het pannenkoekenhuis?
Zie ik je daar?
Misschien ook interessant:
HSP, Indigo, hooggevoelig of gewoon een vreemde vogel?
Statistiek: theorie, praktijk en manipulaties
HSP, HSK, ervaringen en visie vanuit de praktijk






