Het hele issue van het gebrek aan onafhankelijk kunnen denken en onafhankelijk je mening kunnen geven – het gebonden zijn aan inkomstenbronnen, sponsoren of andere broodheren -, maakt dat veel informatie die er tegenwoordig te vinden is, onbetrouwbaar is geworden. Want al gaat iemand wel zorgvuldig om met deze zaken, is er niemand die honderd procent vrij is van het streven naar eigenbelang en is ‘voor wat hoort wat’, zo een ingeburgerd begrip, dat je bij informatie gegeven door iemand die zich afhankelijk maakt van anderen, altijd een slag om de arm dient te houden. Je weet nooit zeker of iemand niet toch stiekem een ‘nietszeggend’ detail weglaat uit zijn artikel, omdat dat voor zijn broodheer – en daarmee voor zichzelf -, beter uitkomt.
Bezoekers van STAP uit de MATRIX kennen mijn kritiek op de diverse websites van ‘bewustzijnsbrengers’, die – hoewel ze verder best de juiste intenties zullen hebben -, gaan adverteren, op commerciële basis gaan samenwerken met bedrijven of hun eigen adviesbureau, (grote) praktijk of business gaan opzetten en daarbij ‘gebruik’ maken van de goodwill die ze met hun ‘maatschappelijk betrokken’ websites hebben opgebouwd. Als je de misstanden in de financiële wereld wilt blootleggen, is het begrijpelijk dat er instellingen voor beleggers komen die op jouw website willen adverteren. Hetzelfde geldt – bij voldoende bezoekers -, voor grote beursgenoteerde bedrijven. Dat is leuk als inkomstenbron. Het is mooi als ROI op je website, maar het is funest voor de betrouwbaarheid van je informatie, je legt jezelf beperkingen op.
Wanneer je vervolgens ook nog de stelling aanneemt dat sponsoring, reclame en andere broodheren er nu eenmaal bij horen, sla je- in mijn optiek -, de plank mis. Als het echt zo was – iets wat ik vaak hoor als argument -, dat marketing (want daar gaat het ook hier weer over, de vermarketing van de maatschappij) niet zoveel invloed heeft -, ontgaat mij de logica dat, bedrijven voor wie het ultieme doel is ‘maximalisatie van de winst voor de aandeelhouders’, miljarden blijven uitgeven aan marketing en daarvoor nooit door de beleggers op de vingers worden getikt. Die beleggers zullen – dat denk ik dan -, wel begrijpen dat het investeren in sponsoring, reclame, et cetera, uiteindelijk geld in het laatje brengt. Ook vanuit het oogpunt van ‘damage control’ kan het gunstig zijn om, bijvoorbeeld als conventioneel energiebedrijf te adverteren op een website die ook schijft over alternatieve energie. Vanuit het oogpunt inkomsten en de daaruit voortkomende afhankelijkheid, heeft dat invloed op wat er wordt gepubliceerd. Dat niet (willen) constateren is in mijn optiek wat kortzichtig.
Vanuit die redenatie valt er dus ook wat te zeggen voor de stelling dat: ‘hoe groter de rol van reclame en sponsoring wordt, hoe groter de beperking wordt op het vormen van een onafhankelijke mening en het brengen van onafhankelijke informatie. Reclame en sponsoring zorgt er daarbij ook voor dat doelstellingen veranderen. Waar bij bijvoorbeeld de media, het brengen van onafhankelijk nieuws eerst voorop had staan, is daar nu ‘maximalisatie van de winst voor de aandeelhouders’ voor in de plaats gekomen. Bij de grote – beursgenoteerde en andere invloedrijke -, mediaconcerns was dit vanwege het aard van het beestje al het geval. Het wordt alleen meer, groter, hoger, beperkter.
Toch gaat hetzelfde mechanisme op voor de alternatieve media kanalen – die vaak zijn gericht op niche markten, persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijke belangen, et cetera -, die zich hiermee inlaten. Voor inkomsten geven ze een gedeelte van hun onafhankelijkheid op. Hierbij snijdt het mes aan twee kanten, want ‘door aan het MATRIX circus mee te doen’ verwerven ze vrijwel automatisch de status van legitiem. Ook daar geldt dat ‘anders’, met argwaan wordt bekeken.
Hierop wordt dan weer handig ingespeeld. Door middel van keurmerken, certificeringen en bijvoorbeeld instanties als het commissariaat van de media, wordt ons vervolgens wijs gemaakt dat ‘niet deel uitmaken van dat systeem / mechanisme’ – waarvan deze wassen neuzen zelf onderdeel zijn en waarmee zij dus hetzelfde doel dienen -, wordt gepresenteerd als onbetrouwbaar. Kort door de bocht: ‘Onafhankelijkheid is onbetrouwbaar’. Dat is de onzin waar wij ons en onze kinderen mee laten conditioneren.
Het houdt de mythe in stand dat: ‘niemand ooit iets voor een ander doet, zonder er wat voor terug te verwachten’ en zorgt voor afscheiding en tegenstelling, groepjes en hokjes, verdeeldheid en tegengestelde belangen. Doordat deze tegenstellingen echter op individueel niveau botsen, blijft het mechanisme er achter – geheel volgens de regels van de marketing -, in het zicht verborgen. Dat zorgt er voor dat de ene dag Den Haag vol staat met mensen die tegen de bezuinigingen op het pgb zijn, de andere dag vol staat met mensen die tegen de bezuinigingen op de kunst zijn en weer een andere dag vol staat met studenten die tegen de bezuinigingen in het onderwijs zijn. Allemaal – individueel of in groepsverband -, ergens afhankelijk van ‘gemaakt’.
Voor al deze mensen zijn er dan ook weer clubjes, verenigingen en belangenbehartigers die – veelal gesponsord vanuit het bedrijfsleven of draaiend op het genereren van inkomsten met vrij toegankelijke informatie of informatie die voor een ieder vrij toegankelijk zou horen te zijn -, die inspelen op die afhankelijkheid en voor hen willen optreden en/of hen willen informeren. (lees: aan hen willen verdienen) Ook hier geldt in mijn optiek weer dat, hoewel de bedoelingen waarschijnlijk best goed en oprecht zullen zijn, deze initiatieven eerder onderdeel van het probleem zijn, dan dat ze uitzicht bieden op een oplossing er van. Uiteindelijk is het geld verdienen aan symptoombestrijding.
Want de vraag is in mijn optiek hoe we in vredesnaam zover gekomen zijn dat we dingen als bijvoorbeeld een pgb, waar je toch feitelijk een prijskaartje hangt aan mensen, hebben geaccepteerd als gangbaar model? Wanneer er is het moment dat een ‘beschaving’, zoiets ‘normaal’ gaat vinden en heeft dat dan ook weer niet alles te maken met afhankelijkheid? Een vraag die door mensen die hun brood verdienen aan het faciliteren van zaken rond bijvoorbeeld het pgb, wellicht wat minder snel gesteld zal worden. Je ‘eigen’ bestaansrecht in twijfel trekken heeft volgens mij bepaalde marketing technische nadelen, omdat het potentiele sponsoren of adverteerders zou kunnen afschrikken. Word je al gesponsord door bijvoorbeeld een grote zorgverzekeraar – die ook belang heeft bij zo’n pgb -, ligt de zaak waarschijnlijk nog wat gevoeliger.
Er is bijna nergens meer sprake van onafhankelijkheid. Als iedereen onafhankelijk – hoe ironisch -, vanuit eigenbelang, zou zeggen dat het hele principe van het pgb nergens op slaat, en de mensen die ‘voor andere zaken staan’, zouden hetzelfde doen, wordt het ineens lastig om er niet naar te luisteren. Als al die mensen zich op het niveau van mens tot mens zouden weten te verbinden, is een omslag van revolutionaire omvang haast onvermijdelijk. Maar ja, dan baseer je je op ware liefde en aan ware liefde is geen droog brood te verdienen. Liefde die door de marketing machine zijn heen gegaan, daar ontkom je haast niet aan, maar ware liefde gedraagt zich onafhankelijk en er is geen plaats meer voor onafhankelijkheid, zo lijkt het wel eens.
Afhankelijkheid beperkt, beperking betekent het niet optimaal benutten van de mogelijkheden en is daarmee eigenlijk iets wat het best vermeden zou kunnen worden. Afhankelijkheid in combinatie met eigenbelang levert al snel een beeld – zoals dat ontstond toen Camiel Eurlings directeur bij KLM werd -, van belangenverstrengeling op. Volgt iemand zoals gezegd zijn hart of is het een – door eigenbelang ingegeven en door de ‘persoonlijke life coach’ ingefluisterde -, min of meer logisch geplande volgorde van zetten geweest? En wat is ineens met het algemeen ingeburgerde begrip ‘voor wat hoort wat’ gebeurd? Je ziet, de mix van eigenbelang, afhankelijkheid en een vleugje hypocrisie is dodelijk voor de geloofwaardigheid. (Zou je zeggen)
Toch is het juist de rol van reclame, sponsoring en marketing en de steeds groter wordende afhankelijkheid er van, die steeds meer zichtbaar wordt. Je ziet het in het onderwijs, bij goede doelen, de zorg, enzovoorts. Er komt steeds meer afhankelijkheid en daarmee beperking in ‘vrijheden’ van informatie en denken. Daar waar gaten vallen in bijvoorbeeld de zorg, door bezuinigingen op het pgb, zijn er zorgverzekeraars die – het liefst via een satelliet onderneming -, op inspringen. Over een minister van volksgezondheid die vier jaar daarna (zoals in dit uiteraard fictieve voorbeeld) de overstap zou maken naar één van die zorgverzekeraars, hoor je dan hooguit nog wat gemopper. Eigenlijk vind ik dat gewoon absurd.
Ik schrik bij het beeld van de student in de kunsten met een pgb. Eerst is hij drie dagen kwijt met demonstreren, vervolgens betaalt hij drie keer inschrijfgeld voor de website van de diverse belangenbehartigers, door de daling van zijn inkomen en het verhogen van de kosten voor onderwijs wordt overleven steeds moeilijker en hij zit persoonlijk ook nog eens met het dilemma welk van de drie bezuinigingen hij het ergste vindt of hem het hardste zal raken. Hij moet zijn eigen prijs / waarde binnen onze ‘beschaving’ bepalen. In mijn optiek hebben we dan toch echt een vrij ernstig disfunctioneel systeem bedacht, waarvan het voor mij een raadsel is, waarom we dat zo krampachtig in stand houden.
Vanuit dat disfunctionele systeem, waar afhankelijkheid steeds meer een rol van betekenis speelt en waarvan de daarbij behorende gevolgen op allerlei manieren voelbaar zijn, is er eigenlijk maar één oplossing te bedenken.
In ruil voor een aantal uur maatschappelijke dienstverlening door de student, vult de zorgverzekeraar (tevens uitzendbureau) het pgb aan, de kosten voor de studie worden betaald door het bedrijf waarvoor hij straks (als aflossing daar voor) gaat werken en leert hoe je ‘op andere merken / gewaardeerde kunstenaars gelijkende kunst’ kunt maken, terwijl de televisies aan de muur van het atelier non-stop reclamefilmpjes uitzenden, zodat hij maar al vast weet wat hij straks - als hij moet werken -, van zijn verdiende geld kan gaan kopen. Terwijl hij wordt gerust gesteld dat hij niet alleen is, want alles wat hij kent, weet, denkt of hoort, is ‘mede mogelijk gemaakt door’...






