Er was eens een tijd, - dat was toen de meeste bedrijven nog kleine bedrijfjes waren -, dat de mensen die met elkaar werkten, elkaar ook kenden. Door de kleinschaligheid was iedereen – in grote lijn -, op de hoogte van de zaken die speelden in het bedrijf. Mensen zagen, meestal letterlijk, wat hun werk opleverde. Regels waren er wel, maar deze werden niet altijd zo strak nageleefd. Er konden zich situaties voordoen, waardoor er moest worden afgeweken. Vaak werd dit dan samen opgelost. Wat in dat geval kon betekenen dat de directeur op zijn weg naar huis, de post nog even wegbracht, omdat degene die dat normaal deed naar huis was gegaan vanwege een ziek kind.
In die tijd waren het management en de werknemers, het bedrijf. Als er wat mis ging nam ieder zijn verantwoordelijkheid en leek het binnen no-time weer, alsof er nooit iets gebeurd was. Hetzelfde gold wanneer het eens een periode extreem goed ging. Iedereen deed extra zijn best en in de opbrengst werd – en dan wil ik er vanaf zijn of dit nu helemaal in verhouding gebeurde -, gedeeld.
Uiteraard was dit wel het “perfecte” scenario en was het zeker niet overal zo, maar over de gehele linie bezien, kan ik veel oudere mensen vinden die dit beeld bevestigen. Wel moet hierbij worden aangetekend dat de situatie “op de fabriek”, - in mijn optiek heeft dat veel te maken met de onpersoonlijke grootschaligheid van deze bedrijven -, over het algemeen minder rooskleurig was.
Bij deze fabrieken was de creatieve inbreng die van het “menselijk kapitaal”, nodig was miniem. Het ging om repeterende en van te voren vastgelegde handelingen, waarvoor je niet geschoold hoefde te zijn. Eigenlijk was je niet zozeer een mens, - van de unieke kenmerken van de mens, nadenken, leren, ontplooien, enzovoorts, werd helemaal geen gebruik gemaakt -, maar meer als een robot, een machine. Volgens mij is uit die hoek ook de term “Human Resource” afkomstig. Een – in mijn optiek denigrerende -, term die de afstand tussen werknemer en management vergroot. De manager heeft niet langer met mensen te maken, maar met objecten, “human resources”, die hij vanaf papier kan managen.
Om in de dagelijkse praktijk toch te kunnen sturen en controleren, werd de functie afdelingshoofd – chef, voorman, coördinator, enzovoorts -, in het leven geroepen. Deze functie moest de rol vervullen van interface tussen werkvloer en management. Niet erg makkelijk, omdat de belangen van die beide partijen, vaak tegengesteld lijken te zijn. Hoewel dat – wanneer je er een beetje anders tegen aankijkt -, helemaal niet zo hoeft te zijn, is dat meestal wel de perceptie. Uit angst voor de eigen positie, kiest het afdelingshoofd bij conflicterende belangen, over het algemeen de kant van het management. Dit werkt – gezien vanuit het oogpunt van het management en het afdelingshoofd -, prima.
Toch is het hier de schijn de bedriegt. Op de korte termijn, zal deze manier van sturen zeker resultaten opleveren, maar op de lange termijn is het dodelijk voor elk bedrijf. De verwijdering die eerder ontstond tussen management en de werkvloer, vind nu plaats tussen management – afdelingshoofd – werkvloer. Per saldo is er een schakel bijgekomen en is de afstand overal vergroot.
Mensen op de werkvloer vertrouwen hun afdelingshoofd niet meer, het management misschien ook niet. Het afdelingshoofd bevindt zich in een spagaat en iedereen is met van alles bezig, behalve met werken. Afspraken die in achterkamertjes tussen het afdelingshoofd en het management worden gemaakt, gaan in de wandelgangen een geheel eigen leven leiden, waarbij van de waarheid meestal niet veel overblijft. De sfeer is steeds slechter, mensen worden vaker en langer ziek, waardoor andere “Human Resources” harder moeten werken, met de daarbij een verhoogde kans op uitval door ziekte en een vergrote kans dat er, - vanwege werkdruk -, fouten in de processen sluipen en je ziet de negatieve spiraal is ingezet.
Er worden slechte producten geleverd, gemaakt door mensen die op hun tenen lopen en eigenlijk elk moment kunnen afhaken. De enige partij die er – in het geval dat het om een beursgenoteerd bedrijf gaat -, op de korte termijn beter van worden, zijn de aandeelhouders, die in de meeste gevallen niet direct wat te maken hebben met de dagelijkse gang van zaken, binnen een bedrijf. Voor bedrijven die niet beursgenoteerd zijn kun je “aandeelhouders”, uitleggen als “financier”. Ter verduidelijking van wat ik bedoel. In het geval van onderwijs, zijn de verschillende overheden, wat ik bedoel met “aandeelhouders”.
Ook hier zie je weer dat afstand een factor is. De aandeelhouder behaalt zijn winst - of in het andere geval, het gewenste resultaat -, uit een bedrijf, waar “Human Resources” het werk verrichten. Wat dat aangaat is iedereen binnen zo’n bedrijf – in elk geval voor de aandeelhouder -, gelijk. Op papier is de emotionele waarde van “kantoorartikelen”, namelijk even groot als die van “Human Resource” en wordt er – bijvoorbeeld bij bezuinigingen -, ook vaak op dezelfde manier mee omgegaan.
Het is allemaal onpersoonlijk, asociaal, ja eigenlijk onmenselijk geworden. We vragen niet meer aan Jan – die conciërge is in het pand waar je werkt -, of hij straks het schilderijtje even op wil hangen. Nee, we sturen een email naar het facilitaire meldpunt, met de vraag of iemand vandaag het schilderijtje kan ophangen, om als melding terug te krijgen dat: “Alle mensen van de technische dienst vandaag vrij zijn en dat het ophangen van een schilderij niet in de functieomschrijving van de conciërges staat.”
We hebben het kapot geregeld en er alle creativiteit uitgehaald en vragen ons vervolgens af hoe het zo ver heeft kunnen komen dat mensen steeds minder gemotiveerd naar het werk gaan. Hoe het kan dat het ziekteverzuim zo hoog is en dat alle liefde en betrokkenheid van de werkvloer lijkt te zijn verdwenen?
Maar vraag jij je – of je nu manager, werknemer, of afdelingshoofd bent -, diep in je hart niet af? “Hoe krijgen we het plezier, de motivatie, de drang tot productiviteit en al het goede wat daarmee samenhangt, weer terug op de werkvloer? “ Wel? Dan komt dat vrijwel zeker, omdat je zelf ook een mens bent en je zodoende realiseert dat je als mens, gewoon als mens behandeld wilt worden. Wanneer het nodig is kan de functie altijd nog uit de kast worden gehaald.
Persoonlijk heb ik daarbij de aantekening dat deze “ontmenselijking” niet alleen is waar te nemen op de werkvloer , maar in de gehele samenleving. Mensen die zich hebben vastgezet in de MATRIX, lijken meer en meer op robots die dingen doen “omdat het hen wordt opgedragen” of “Omdat het zo hoort”.
Zou het niet veel fijner zijn wanneer we ons met zijn allen weer zouden realiseren dat we allemaal – ongeacht locatie en achtergrond -, mensen zijn die graag als volwaardige mensen behandeld willen worden? En waarom daar niet zelf vandaag al mee beginnen? Groet je medemens, toon eens oprecht interesse in die collega die het moeilijk heeft en vooral: Kom als ware mensen voor elkaar op!
Hoe meer mensen zich weer als mens gaan gedragen, hoe sneller de ontmenselijking verdwenen zal zijn.






